dinsdag 11 februari 2014

Gij zijt het zout en het licht van de wereld


Zout en licht zijn in de samenleving, hoe kan dat in een geseculariseerde samenleving waar materialisme, individualisme, geld en winstbejag haaks staan met een christelijke levenshouding?

De mens nochtans, ook in deze samenleving, is en blijft ’n eeuwig geliefde van God. Hoe kan hij leren leven naar Gods welbehagen? Hoe kan onze apostolische inzet hem ten goede komen? Hoe kunnen we zout en licht zijn in deze samenleving (Marcus 5, 13)?

Een leven leiden naar Gods welbehagen, daar gaat het om in de Kerk en alle gelovigen zijn geroepen om daarvan het voorbeeld te geven. Dat betekent dat wij door onze innerlijke levenshouding blijk geven van:

  • Onthechting aan geld en materiële goederen
  • Dat betekent dat wij met anderen begaan zijn, dat wij ons kunnen wegcijferen voor anderen. De profeet Jesaja zegt: “Keer u niet af van uw medemensen. Dan zal uw licht stralen als de dageraad”
  • Dat betekent dat wij met al onze medemensen respectvolle relaties onderhouden en dat er goedhartigheid en warme genegenheid is in onze families en gemeenschappen
  • Dat wij universele broederschap betrachten ook in een multiculturele maatschappij
  • Dat wij vooral diep geloof, inwendig geestelijk leven en intens gebed aanhouden. Dit sterkt ons en schenkt ons innerlijke vreugde, ja zelfs bij tegenkanting en beproevingen allerhande. Zo getuigen wij van ’n christelijke levensstijl. Zo worden wij zout en licht voor anderen. “U zult mijn getuigen zijn”, zegt de Heer. Daarvoor is vereist dat wij onder de mensen komen, ons niet afzonderen. Zo alleen kunnen anderen zien wat gelovig en christen zijn betekent, zo alleen zien zij:

  • Dat gelovigen, zoals de Heer Jezus zelf, niet uitzijn in de eerste plaats op geldgewin, bezit en rijkdom
  • Dat wij bewerkers van vrede zijn, niet hoogmoedig zijn maar eenvoudig en nederig
  • Dat wij streven naar ’n betere wereld en ons daarvoor inzetten en dat met geweldloze middelen, met zachtmoedigheid maar ook met moed en volharding.
Wij mogen ons niet teveel inlaten met de gangbare mentaliteit, want Als we beginnen te denken en te doen als iedereen, als wij wereldse en lauwe christenen worden, wat hebben we dan nog te bieden? Zijn we dan nog zout dat de liefde doet oplaaien? Zijn we dan nog licht dat geloof en hoop doet opleven en dat de mens en de samenleving beter maakt?

Gelovigen moeten de moed opbrengen zichzelf te zijn, anders en voorbeeldig te zijn, want zo spreekt de Heer: “Als de mensen al het goede zien van uw doen en laten en gaan beseffen dat gij leeft naar Gods wil en  welbehagen, dan zullen zij uw Hemelse Vader daarvoor verheerlijken”.

Ja, zo is men getuige van Jezus Christus, licht en zout geput uit zijn Evangelie, uit zijn levensvoorbeeld. Met Hem vereent te leven en vanuit Hem te leven, dat stelt ons in staat zout en licht te zijn. Zo kan Gods liefde - zoals de zon door de brandramen van 'n kerk -  ook doorheen ons doen en zijn oplichten bij de mensen en welzijn, goedheid en warmte brengen in de samenleving.

Moge dus de Heer in ons hart wonen, ons met zijn liefde warmte en innerlijke vreugde schenken. Moge Hij ons sterken en verlichten, ons leven voorbeeldig en vruchtbaar maken. En evenals de boer die gezaaid heeft, kunnen we dan alleen nog maar geduldig wachten op de oogst, want het Rijk Gods bouwen wij niet zelf, het is uitsluitend ’n daad en ’n gave van God. Het is genadewerk. Immers in het binnenste van de mens vestigt God zijn Rijk door het verwijderen van alles wat tegengesteld is aan zijn wil en door al wat we doen en zijn te onderwerpen aan zijn goddelijk welbehagen.

Neen, het Rijk Gods bouwen we niet zelf, wel kunnen en moeten wij bidden voor de komst van Zijn Rijk, voor de komst van Jezus als heer in eigen hart en in de harten van de mensen.

"Onze Vader die in de hemel zijt, uw Rijk kome, uw wil geschiede op aarde". Misschien dacht u dat dit vrome wensen zijn, maar neen, dit is smeekgebed, dit vragen wij met aandrang zoals we ook vragen om ons dagelijks brood en om de vergeving van zonden.

Bidden we aldus: “Hemelse Vader, maak toch dat uw Rijk de harten verovere en dat uw wil geschiede door ons en door de mensen overal in de wereld”. Als dat gebed verhoord wordt, komt dan de hemel niet op aarde?

“Het gebed is zo krachtig” - hoorde ik ’n moeder eens zeggen en zij voegde eraan toe: “al wat ik voor mijn kinderen in het gebed gevraagd heb dat heb ik altijd verkregen”. En in Marcus 9 zegt de Heer: “Er is kwaad in de wereld dat door niets anders kan uitgeroeid worden dan door bidden en vasten”. Onze invloed in de samenleving vindt haar bron en haar voedingsbodem in het gebed en wellicht vooral in gebed met vasten (vasten dat ten onrechte in onbruik is geraakt). Ergens ook zegt de Heer dat we altijd moeten bidden en dat kan als wij alles doen in naam van de Heer en telkens weer beroep doen op zijn hulp.

_______________________

Geen opmerkingen:

Een reactie posten